Diamant is een van de vier natuurlijke allotrope verschijningsvormen van koolstof (de meestvoorkomende is grafiet ). In diamant hebben de koolstof-koolstofbindingen de tetraedische structuur. Het is het voorzover bekend hardste materiaal dat in de natuur voorkomt; het is dan ook het ijkpunt voor hardheid 10 op de hardheidsschaal van Mohs. De diamant ontleent zijn naam aan het Griekse adamas, "ontembaar" of "onoverwinnelijk", verwijzend naar zijn hardheid.
Mijnen
Diamant wordt o.a. gevonden in het Sperrgebiet ten zuiden van Luderitz aan de kust van Namibie en in het aansluitende kustgebied van Zuid-Afrika. In die gebieden komt de diamant voor in een zandlaag enige meters onder de oppervlakte. Deze gebieden zijn gesloten voor eenieder die er niets te zoeken heeft. Een deel van de diamant spoelt ook wel de Atlantische Oceaan in en wordt daar door diamantvissers gewonnen. Zij werken onder licentie van De Beers, het grote diamantbedrijf dat de facto vrijwel een wereldmonopolie op diamant bezit, hoewel Russland ook een belangrijke diamantproducent is geworden.
De Grootste
Cullinan
De Cullinan is ongeslepen de grootste diamant die tot nu toe (2006) op aarde is gevonden.
De Cullinan werd op 26 januari 1905 in de Premier-mijn (Zuid Afrika) ontdekt. De Cullinan was 3601 karaat en had aan één kant een groot plat vlak, waaruit blijkt dat de oorspronkelijke steen nog veel groter is geweest. De Cullinan is genoemd naar Thomas Cullinan, de eigenaar van de mijn.
De mijn officier met de Cullinan
in zijn hand
Van de Cullinan zijn in Engeland negen grote en 96 kleine diamanten geslepen, waaronder de Star of Africa (of: Cullinan I). Deze diamant van 530,2 karaat is verwerkt in de Britse kroonjuwelen.
Golden Jubilee
De grootste geslepen diamant is nu echter de Golden Jubilee (545,67 karaat) die door een Russische meesterslijper (Gabi Tolkowsky) werd geslepen en sinds 1997 in het bezit is van de Thaise koning die hem ontving naar aanleiding van zijn 50 jarige kroningsjubileum.
Kwaliteit
De waarde van een diamant wordt bepaald door een combinatie van vier verschillende kwaliteitsnormen, die de vier C's genoemd worden.
Karaatgewicht (carat weight)
Bij alle edelstenen en dus ook bij de diamant wordt het gewicht uitgedrukt in karaten. Het woord karaat is afgeleid van een natuurlijke gewichtseenheid: de zaadjes van de Johannesbroodboom. Vroeger werden deze zaadjes gebruikt als gewichtseenheid. Nu is één karaat op 0,2 gram vastgesteld en onderverdeeld in honderd 'puntjes'. Een diamant van 0.35 karaat is dus een diamant van 35 puntjes.
Zuiverheid (clarity)
Bijna alle diamanten bevatten minuscule sporen van niet gekristalliseerde koolstof of andere mineralen. De meeste onzuiverheden worden pas zichtbaar onder een loep. Ze worden 'insluitsels' genoemd en ze zijn als het ware de vingerafdrukken van de diamant omdat ze elke diamant volstrekt uniek maken. Globaal geldt: hoe minder insluitsels een diamant heeft, des te zeldzamer en dus kostbaarder hij is. Een diamant die bij een tien maal vergrotende loep geen insluitsels vertoont, wordt loepzuiver (flawless) genoemd.
Zuiverheidsschaal
De zuiverheid van een diamant moet worden bepaald door een geoefend vakman, bij een tienvoudige vergroting in normaal licht door middel van een achromatische, aplanatische loep. Ze wordt als volgt beschreven.
Loepzuiver (LZ) : Bij beoordeling wordt de diamant met inachtneming van de hierboven genoemde voorschriften volkomen doorzichtig en vrij van insluitsels bevonden.
IF
|
Internally Flawless - bij een tien maal vergrotende loep geen insluitsels vertoont
|
VVS
|
Very Very Slightly included - Zeer, zeer klein(e) insluitsel(s), met een 10x vergrotende loep slechts zeer moeilijk waarneembaar.
|
VS
|
Very Slightly included - Zeer klein(e) insluitsel(s) met een 10x vergrotende loep moeilijk waarneembaar.
|
SI
|
Slightly Included - Klein(e) insluitsel(s), gemakkelijk te herkennen bij een 10x vergrotende loep, doch met het blote oog door de bovenzijde onzichtbaar.
|
P I
(Piqué I)
|
Included - Onmiddelijk zichtba(a)r(e) insluitsel(s) met een 10x vergrotende loep, moeilijk te zien met het blote oog door de bovenzijde.
|
P II
(Piqué II)
|
Included - Gro(o)t(e) en/of talrijke insluitsel(s) gemakkelijk zichtbaar met het blote oog door de bovenzijde.
|
|
|
Kleur (colour)
 
Hoewel het merendeel van de diamanten kleurloos lijkt, hebben ze vaak een (vaal) gele of een bruine tint. De mooiste kleur voor een diamant is kleurloos want alleen een kleurloze diamant heeft een volmaakte prismawerking. Echt uitzonderlijk en zeldzaam zijn natuurlijke diamanten met een zogenaamde ‘fancy colour'. Deze kleur kan zijn blauw, roze, groen, (amber) geel of rood.
Kleurenschaal:
CIBJO*
|
GIA**
|
fijnste wit
|
D / E
|
fijn wit
|
F / G
|
wit
|
H
|
getint wit
|
I /J
|
getinte kleur
|
K,L,M, N, ...Z
|
*
|
CIBJO = Confederation Internationale de la Bijouterie, Joaillerie, Orfevrerie, Des Diamants Perles et Pierres.
|
**
|
GIA = Gemological Institute of America
|
Slijpsel en slijpvorm (cut)
Van de vier C's heeft de mens alleen invloed op het slijpsel. Een ruwe diamant lijkt zoveel op een gewone kiezelsteen dat de meeste mensen er zonder meer aan voorbij zouden lopen. Alleen vakmensen zijn in staat de gloedvolle pracht van een diamant te onthullen. Een diamant verliest tijdens het slijpproces gemiddeld zo'n 50% van zijn oorspronkelijke gewicht. Diamant ontleent zijn schittering aan de weerkaatsing van licht. De slijper staat daarom voor de taak de facetten zodanig aan te brengen dat het licht optimaal van het ene facet naar het andere wordt gekaatst. De kennis voor dit veeleisende vak wordt al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven. De nauwkeurigheid en finesse van het slijpsel bepalen de schittering van de steen. Diamanten worden in allerlei verschillende vormen geslepen.
|